Accountancy nieuws

FNV: structureel overwerk kost banen

dinsdag 18 juli 2017 - Uit onderzoek van TNO in opdracht van FNV zou blijken dat door de 7 miljoen werknemers in Nederland jaarlijks voor ruim 20 miljard euro onbetaald wordt overgewerkt. Als dat zou worden omgezet naar betaald werk, dan levert dat volgens FNV 300.000 extra fulltime banen op. De officiële werkloosheid zou daarmee in één klap voor ruim de helft zijn opgelost.
Omgerekend werken werknemers in Nederland ruim 3 uur per week onbetaald over – in geld uitgedrukt € 3.200 per werknemer per jaar. Bij hoger opgeleiden werkt bijna 74% onbetaald over. Bij mensen met lagere opleidingen is dat 29%. Bij hen wordt overwerk vaker doorbetaald. Volgens FNV kan teveel en structureel overwerken een teken zijn van te hoge werkdruk. Werknemers moeten het werk met te weinig mensen doen, waardoor ze gaan overwerken om het werk toch af te krijgen. Uiteindelijk komen ze in een vicieuze cirkel terecht, omdat ze niet genoeg tijd overhouden om te herstellen van hun werk. Voor de berekeningen van het onderzoek is gebruik gemaakt van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) 2013 vragenlijst. Dit is de meest recente jaargang waarin alle gegevens omtrent overwerk, het uitbetaald worden van dat overwerk en het salaris op van iedere individuele respondent gelijktijdig zijn gemeten. De onderzoekers van TNO geven overigens wel enkele restricties aan bij de cijfers. Zo zijn deze grotendeels gebaseerd op zelfrapportage van de werknemers. Onzeker is in hoeverre werknemers hun gemiddeld aantal overuren en de betaling daarvan accuraat in hebben gevuld. Daarnaast is uitsluitend gekeken naar uitbetaling van overuren. Compensatie van overuren op andere manieren, bijvoorbeeld tijd voor tijd, is niet in het onderzoek meegenomen. Bij een eerder onderzoek onder een subgroep van NEA 2010 bleek dat in 1 op de 3 gevallen overwerk werd gecompenseerd in tijd. Ook is niet meegenomen dat bij sommige functieniveaus een bepaalde mate van overwerk al verdisconteerd zit in het salaris. Daarnaast is overwerk soms anders van karakter dan regulier werk (bijvoorbeeld een winkelier die zijn administratie in de avonduren doet), en is ook relatief vaak persoonsgebonden (een leraar die het huiswerk van zijn ‘eigen’ leerlingen wil nakijken) wat beperkingen met zich meebrengt als het gaat om de omzetting van overwerkuren naar werkgelegenheidsplaatsen. Bron: FNV, 18 juli 2017; TNO, Onbetaald overwerk in Nederland, juli 2017

Omzet mkb uit online beperkt

maandag 17 juli 2017 - Ondernemers in het midden- en kleinbedrijf zijn nog lang niet massaal overtuigd van het belang van online zakendoen. Veel ondernemers in het mkb (45%) hecht weinig waarde aan verdere digitalisering en de inzet van online marketing, terwijl een groot deel van de van de Nederlandse consumenten (76%) producten en diensten online afneemt. De helft van het mkb haalt nog geen 5% van de omzet uit online activiteiten.
Na jaren van groei stabiliseert de digitalisering onder kleine en middelgrote bedrijven in Nederland. Net als in 2015 heeft 76% van de ondernemers een website, 69% een bedrijfspagina op één of meerdere websites en 16% in 2017 een webshop. Ook de inzet van zoekmachine-optimalisatie (SEO, 29%) en e-mailmarketing (31%) is nauwelijks veranderd. Wel zijn meer ondernemers online gaan adverteren, maar de gemiddelde besteding ligt lager dan twee jaar geleden. Het aantal mkb’ers met online marketingactiviteiten (49%) is licht gedaald (-3%) ten opzichte van 2015. Slechts bij een kwart van die ondernemers is er sprake van planning van online marketingactiviteiten, het merendeel doet het ad hoc, en slechts 6% reserveert hiervoor een apart budget. Hoewel consumenten bij de aanschaf van producten zich digitaal orienteren , speelt slechtes een klein deel van het mkb hier op in. Bijna 70% van de mkb’ers heeft één of meer bedrijfsprofielen op bedrijvensites en sociale media, Facebook (44%), LinkedIn (29%) en Google+ / Google Mijn bedrijf (25%) zijn de meest gebruikte. Het mkb heeft de afgelopen twee jaar wel een inhaalslag gemaakt in de optimalisatie van websites en webshops voor smartphones en tablets, van 11% naar 76%. Ook schakelen ondernemers steeds vaker professionals in voor hun website en neemt het gebruik van professionele fotografie en/of video’s toe. Bron: MKB Nederland 10-07-2017

Kosten swapovereenkomst niet aftrekbaar

maandag 17 juli 2017 - De Hoge Raad heeft een streep gehaald door de mogelijke aftrekbaarheid van swapkosten als kosten van eigenwoningschuld. Naar de tekst en strekking van de wet kunnen dergelijke kosten volgens de Hoge Raad niet als aftrekbare kosten voor de eigen woning worden beschouwd.
Verschillende rechters hebben verschillend geoordeeld over de aftrekbaarheid van de kosten van een swapovereenkomst als eigen woningschuld. Zo oordeelde Hof Amsterdam begin dit jaar dat die kosten niet aftrekbaar waren omdat er onvoldoende samenhang was tussen de swapovereenkomsten en het aangaan van de eigenwoningschuld. Iets eerder oordeelde Hof Den Haag dat de swapkosten wel aftrekbaar zijn, omdat in de zaak die aan dit hof was voorgelegd wel sprake was van voldoende samenhang. In die Haagse zaak heeft de Hoge Raad nu arrest gewezen. De Hoge Raad is het met de zienswijze van Hof Den Haag niet eens. Volgens de wet behoren tot de aftrekbare kosten van de eigen woning de renten van schulden en de kosten van geldleningen die behoren tot de eigenwoningschuld. Volgens de Hoge Raad zijn de kosten voor de swap met geen mogelijkheid aan te duiden als renten, ook zijn ze niet gelijk te stellen met kosten van geldleningen zoals bijvoorbeeld taxatiekosten, afsluitprovisies en hypotheekaktekosten. Ook de samenhang tussen de swapovereenkomsten en de herfinanciering van de eigenwoningschuld biedt volgens de Hoge Raad onvoldoende grond om de swapkosten als rente in aanmerking te nemen. Tekst en strekking van de wet bieden hiervoor onvoldoende steun. Ook kunnen de kosten van de swapovereenkomsten niet worden gerekend tot de kosten van geldleningen. Bron: HR 14-07-2017

Inkeerregeling per 1 januari 2018 afgeschaft

vrijdag 14 juli 2017 - Staatssecretaris Wiebes heeft in een brief aan Tweede Kamer laten weten dat hij van plan is de inkeerregeling per 1 januari 2018 af te schaffen. De afschaffing zal worden meegenomen in het Belastingplan 2018.
Momenteel krijgen inkeerders die twee jaar na het doen van een onjuiste of onvolledige aangifte alsnog een juiste aangifte doen of informatie verschaffen een boete van 120% van de verschuldigde belasting. Er wordt dan geen vergrijpboete opgelegd. Deze regeling wordt nu hoogstwaarschijnlijk op 1 januari 2018 afgeschaft. Dit betekent dat ook mensen die binnen twee jaar na het doen van een onjuiste of onvolledige aangifte alsnog een juiste aangifte doen of informatie verschaffen een boete krijgen ter hoogte van 120% van de verschuldigde belasting. Het alsnog verstrekken van juiste en volledige informatie blijft wel een straf verminderende omstandigheid. Bron: MvF 12-07-2017

Transitievergoeding en AOW-leeftijd

vrijdag 14 juli 2017 - De kantonrechter te Utrecht wil prejudiciële vragen aan de Hoge Raad stellen over de transitievergoeding en de AOW-leeftijd. Eerder dit jaar overwoog ook Hof Den Bosch dit in de zaak van een AOW-gerechtigde werknemer die met toestemming van UWV was ontslagen. Die vragen gingen uiteindelijk niet door, omdat de partijen er onderling uitkwamen.
Een werkgever is volgens de wettelijke regeling geen transitievergoeding verschuldigd indien de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd vanwege het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd of indien de werknemer ouder is dan de AOW- of pensioengerechtigde leeftijd. De zaak voor Hof Den Bosch betrof een na de AOW-leeftijd doorwerkende werknemer die op 71 jarige leeftijd met toestemming van UWV werd ontslagen. De zaak waar de kantonrechter te Utrecht zich over boog betrof een medewerker van een ziekenhuis waarvan de arbeidsovereenkomst in 2016 conform de cao Ziekenhuizen bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd wordt beëindigd. Volgens de medewerker levert de wettelijke regeling waardoor hij bij eindigen van de arbeidsovereenkomst in verband met of na het bereiken van de AOW- en/of pensioengerechtigde leeftijd geen transitievergoeding ontvangt, een verboden onderscheid naar leeftijd op. Hij verzoekt onder verwijzing naar het arrest van Hof Den Bosch de kantonrechter prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad en tevens verzoekt hij de werkgever te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding (ruim € 48.000). In de onderhavige procedure besluit de kantonrechter tot in totaal negen prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Net als Hof Den Bosch wil de Utrechtse rechter weten of de wettelijke regeling in strijd is met de Europese richtlijn inzake gelijke behandeling bij arbeid en beroep en of dit er dan toe leidt dat de kantonrechter deze bepaling buiten toepassing kan laten. Ook wil de kantonrechter net als het hof weten of er een individuele toetsing moet plaatsvinden. De overige vragen betreffen onder meer de criteria voor een dergelijke toetsing en hoe in een dergelijke situatie de transitievergoeding moet worden bepaald. De partijen kregen tot 14 juli de tijd om zich uit te laten over de voorgestelde vragen. Bron: Rb. Midden-Nederland, 30-06-2017 (publ. 12-07-2017)

Slechts klein deel zzp’ers verzekerd

donderdag 13 juli 2017 - Slechts een klein deel van de zzp’ers is verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Van de 873.000 zelfstandigen zonder personeel met een hoofdinkomen uit ondernemerschap betaalde in 2015 bijna 20% premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering en ruim 10% premie voor een lijfrente. Dit is lager dan in 2014, maar de afname van beide inkomensverzekeringen is kleiner dan in eerdere jaren.
Ook bij zelfstandigen met personeel (zmp’ers) daalde het aandeel met een private inkomensverzekering tijdens de crisisjaren. Het aandeel zmp’ers met een arbeidsongeschiktheidsverzekering stabiliseerde in 2015 en bij de private pensioenverzekering is net als bij zzp’ers de daling afgevlakt. Anders dan werknemers zijn zelfstandigen niet verplicht inkomensverzekeringen af te sluiten. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor hun pensioenopbouw en verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. Zelfstandigen met personeel verzekeren zich vaker tegen arbeidsongeschiktheid dan zzp’ers (33,5 tegen 19,7%). Ook hebben meer zmp’ers een private pensioenverzekering of lijfrente dan zzp’ers (17,2% tegen 10,4%).Verzekerde zzp’ers droegen in doorsnee 7,0% van hun bruto-ondernemersinkomen af aan aov-premie en zmp’ers 7,3%. Bij de premies lijfrente gaat het om respectievelijk 4,1 en 3,6%. Het doorsnee-inkomen van zmp’ers is met 42,8.000 euro bijna twee keer zo groot als dat van zzp’ers (23,1.000 euro). Jongere en oudere zzp’ers zijn het minst vaak verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Wel gaat het om kleine groepen: in 2015 was 3% van de zzp’ers jonger dan 25 jaar en 4% 65 jaar of ouder. Ruim de helft van de zzp’ers was 45 tot 65 jaar (52%) en 41% was tussen de 25 en 45 jaar. Van deze leeftijdsgroepen had iets meer dan een vijfde een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Zzp’ers in de bouw hebben het vaakst een arbeidsongeschiktheidsverzekering (34%). In de landbouw, bosbouw en visserij en financiële dienstverlening had 30% van de zzp’ers een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. In de sector cultuur, recreatie en overige diensten was het aandeel het kleinst, hier betaalde 8,2% van de zzp’ers premie voor zo’n verzekering. Een belangrijk deel van de pensioenvoorziening van zelfstandigen zit in het ondernemingsvermogen. Als de eigen onderneming wordt verkocht, kan via een lijfrente eenmalig een groot bedrag worden ingelegd voor het pensioen. Zmp’ers hebben met een doorsnee-ondernemingsvermogen van ruim 68.000 euro in dit opzicht aanmerkelijk meer spek op de ribben dan zzp’ers met een doorsnee-ondernemingsvermogen van 18.000 euro. Bron: CBS 11-07-2017

Voor machtiging is echte handtekening vereist

woensdag 12 juli 2017 - Een adviseur die een machtiging van een cliënt overlegt, dient ervoor zorg te dragen dat de machtiging is ondertekend met een fysieke handtekening. Een digitale handtekening van de cliënt is onvoldoende.
Een adviseur maakt namens zijn cliënt bezwaar tegen door de gemeente in rekening gebrachte leges ad € 7,70. Nadat de gemeente het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard, gaat de adviseur namens zijn cliënt in beroep bij de rechtbank. Daar de rechtbank de overgelegde volmacht niet vertrouwd omdat er geen originele maar een digitale handtekening onder staat, roept de rechtbank de cliënt op om op de zitting te verschijnen en daar de volmacht te bevestigen. De cliënt vindt het echter niet nodig om op de zitting te verschijnen. De rechtbank vraagt zich af of de adviseur wel bevoegd is nu een originele handtekening ontbreekt. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft uitgemaakt dat een digitale handtekening niet voldoende is. Een digitale handtekening is immers gemakkelijk van het ene document naar het andere document te kopiëren. Daarbij komt dat dezelfde digitale handtekening voor alle ingediende stukken is gebruikt. Omdat de overgelegde volmacht niet is voorzien van een originele handtekening kan niet worden vastgesteld of de adviseur gemachtigd is namens de cliënt te handelen. Daar de cliënt het ook niet nodig vond om op de zitting te verschijnen om de machtiging te bevestigen, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Bron: Rb. Oost-Brabant 5-07-2017

Tijdstip afsluiten arbeidscontract bepalend

woensdag 12 juli 2017 - Om te bepalen of de afstandseis voor toepassing van de 30%-regeling geldt, moet worden gekeken naar het moment waarop de arbeidsovereenkomst is getekend en niet naar het moment waarop de arbeidsovereenkomst ingaat.
Een werknemer die in Duitsland op minder dan 150 km van de Nederlandse grens woont, start op 1 januari 2012 met zijn baan bij een Nederlandse werkgever. Het arbeidscontract is op 22 december 2011 getekend. De werkgever verzoekt om de 30%-regeling te mogen toepassen. Dit verzoek wordt afgewezen omdat per 1 januari 2012 de voorwaarden voor de 30%-regeling zijn gewijzigd en één van deze voorwaarde inhoudt dat de regeling niet geldt als een werknemer in de voorafgaande twee jaar op minder dan 150 km van de Nederlandse grens heeft gewoond. Voor de rechtbank is het de vraag of het verzoek om toepassing van de 30%-regeling moet worden beoordeeld op basis van de voorwaarden die golden tot en met 31 december 2011 omdat het arbeidscontract voor die datum is gesloten of op basis van de voorwaarden per 1 januari 2012 omdat de werknemer op dat moment in dienst treedt. De rechtbank stelt allereerst vast dat de werknemer als belanghebbende kan worden aangemerkt omdat de regeling gevolgen heeft voor de heffing van loonbelasting bij de werknemer. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat voor de vraag of sprake is van een ‘ingekomen werknemer’ in de zin de 30%-regeling moet worden gekeken naar het moment waarop de arbeidsovereenkomst is gesloten. Ook als het verzoek om toepassing van de 30%-regeling later wordt gedaan en de regelgeving inmiddels is gewijzigd. Op het moment van het sluiten van de arbeidsovereenkomst wordt immers bepaald of de werknemer over een specifieke deskundigheid beschikt. De inspecteur moet opnieuw uitspraak op bezwaar doen. Bron: Rb. Den Haag 23-06-2017

Fusie mogelijk voor bedrijfstakpensioenfondsen

dinsdag 11 juli 2017 - De ministerraad heeft ingestemd met een wetsvoorstel dat fusies van verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen eenvoudiger moet maken. Bedrijfstakpensioenfondsen krijgen de ruimte om hun pensioenvermogen na een fusie tijdelijk gescheiden te houden. Nu is dat nog niet mogelijk.
Veel bedrijfstakpensioenfondsen hebben een belang bij schaalvergroting. Hiermee kunnen de uitvoeringkosten omlaag worden gebracht. Nu is fusie niet toegestaan als de dekkingsgraden van de fondsen ten tijde van de fusie te veel verschillen. Het kabinet wil deze hobbel wegnemen door verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfonden de mogelijkheid te geven om alvast te fuseren met tijdelijk financieel afgescheiden vermogens . Na de fusie kunnen dan geleidelijk de dekkingsgraden naar elkaar toe worden gebracht. Wel moet aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan ter bescherming van de deelnemers. Het wetsvoorstel is voor advies naar de Raad van State. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer. Bron: Min SZW 7-07-2017

‘Pakketbezorgers recht op honderdduizenden euro’s nabetaling’

dinsdag 11 juli 2017 - Uit onderzoek van FNV blijkt dat pakketbezorgers tot wel honderden euro's loon per maand mislopen. In alle onderzochte gevallen werd de cao niet nageleefd. De bond zegt claims te hebben uitstaan bij tientallen onderaannemers van grote opdrachtgevers als PostNL, DPD en GLS.
De vakbond ontving van pakketbezorgers signalen dat zij niet correct betaald krijgen. Hierop besloot Stichting VNB, de cao-waakhond van de FNV in de transportsector, een cao-nalevingscampagne te starten. De uitkomsten zijn volgens de bond schokkend. Zonder uitzondering bleek dat de onderaannemers de cao niet naleven, waardoor pakketbezorgers soms honderden euro's per maand te weinig ontvangen. De FNV heeft nu tientallen onderaannemers van grote pakketbedrijven voor honderdduizenden euro's aan nabetalingen opgelegd. De naheffingen zijn voor hun werknemers en volgen uit het niet naleven van de cao. Als de onderaannemers niet betalen wil de bond het loon verhalen op de opdrachtgevers. Met de Wet aanpak schijnconstructies is een ketenaansprakelijkheid voor loonbetaling ingevoerd. Per 1 januari 2017 geldt die ketenaansprakelijkheid ook voor de overeenkomst tot het vervoeren van goederen over de weg en de overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen over de weg (expeditieovereenkomst). Bron: FNV, 11 juli 2017

Nog een jaar langer monumenten- en scholingsaftrek

donderdag 6 juli 2017 - Minister Bussemaker van OCW heeft de Tweede Kamer per brief laten weten dat de afschaffing van de aftrek van uitgaven voor monumentenpanden en de aftrek van scholingsuitgaven met een jaar wordt uitgesteld tot 2019.
Gezien de forse uitvoeringsconsequenties waarvoor veel tijd nodig is, heeft de minister in samenspraak met staatsecretaris Wiebes besloten dat het wetsvoorstel niet voor 1 januari 2019 zal ingaan. Op dit moment worden de vervangende subsidieregelingen voor het onderhoud van rijksmonumenten nader uitgewerkt. Inmiddels hebben diverse organisaties hun wensen kenbaar gemaakt. Ook de regeling voor scholingsvouchers wordt nader uitgewerkt waarbij het doel van de regeling zo goed mogelijk moet worden gedefinieerd. Het nieuwe kabinet moet voor beide regelingen keuzes maken. Het wetsvoorstel Wet fiscale maatregelen rijksmonumenten en scholing werd op Prinsjesdag 2016 bij de Tweede Kamer ingediend. Op 9 november 2016 heeft de minister de Kamer verzocht het wetsvoorstel aan te houden na opmerkingen uit de Tweede Kamer en reacties uit het veld. Na de verkiezingen is het wetsvoorstel controversieel verklaard, waardoor het wetsvoorstel niet kon worden behandeld. Bron: Min. OCW 30-06-2017, nr. 1217690

Perspectiefverklaring voor hypotheek flexwerkers

donderdag 6 juli 2017 - De perspectiefverklaring wordt dé marktstandaard voor het aanvragen van een hypotheek voor flexwerkers. Zij kunnen deze verklaring aanvragen bij het uitzendbureau als zij daar minimaal een jaar werken. Het uitzendbureau moet gecertificeerd zijn door de Stichting Perspectiefverklaring.
De Stichting Perspectiefverklaring is onlangs opgericht. In de stichting zitten vertegenwoordigers van hypotheekverstrekkers, uitzendbureaus, consumentenorganisaties en het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Het belangrijkste doel van de stichting is het waarborgen van de kwaliteit van de verstrekte perspectiefverklaringen. De perspectiefverklaring kijkt naar de toekomstige mogelijkheden van de flexkracht om een inkomen te vergaren. De verklaring is gebaseerd op een (data)analyse van de arbeidsmarktpositie van de aanvrager. Daarnaast hechten geldverstrekkers ook belang aan het eigen oordeel van uitzendbureaus over de (toekomstige) inzetbaarheid van de uitzendkracht. Daartoe behoort onder andere een kritische blik op het cv, werkervaring, referenties, eerdere beoordelingen en persoonlijke gesprekken. Uitzendkrachten moeten minimaal een jaar via één en hetzelfde uitzendbureau aan het werk zijn om een beroep te kunnen doen op de perspectiefverklaring. De verwachting is dat ongeveer 10% van de 275.000 uitzendkrachten die langer dan een jaar bij hetzelfde uitzendbureau werken een perspectiefverklaring zal aanvragen. Dit is nog geen garantie dat zij daadwerkelijk een hypotheek krijgen. Bij de beoordeling van een hypotheekaanvraag door de hypotheekverstrekkers spelen naast de perspectiefverklaring ook andere factoren een rol, zoals een tweede inkomen en de vraag of er sprake is van schulden. Bron: Stichting Perspectiefverklaring 5-07-2017

UWV 700 miljoen minder kwijt aan WW

donderdag 6 juli 2017 - Door het herstel van de economie loopt het bedrag dat UWV betaalt aan WW-uitkeringen snel terug. De uitkeringslasten voor de WW dalen dit jaar naar verwachting met ruim 700 miljoen euro naar 4,9 miljard.
De nieuwe raming in de onlangs gepubliceerde Juninota van het UWV is positiever dan de vorige financiële prognose in januari en zorgt ervoor dat de vermogenspositie van de UWV-fondsen verder verbetert. De economische groei en de daling van de werkloosheid zetten naar verwachting door in 2017 en 2018. Ook gaan minder bedrijven failliet. Het aantal WW-uitkeringen zal in 2017 naar verwachting dalen van 412.000 naar 351.000 en neemt in 2018 verder af naar 311.000. Voor 2017 gaat UWV uit van circa 710 miljoen euro lagere uitkeringslasten voor de WW dan in 2016. Voor 2018 is de verwachting een verdere daling met 670 miljoen euro. Bron: UWV 30-06-2017

Laagste ziekteverzuim in de horeca

woensdag 5 juli 2017 - De horeca kende vorig jaar het laagste ziekteverzuim. In het openbaar bestuur daarentegen was het verzuim het hoogst. Volgens CBS hangen de verschillen in verzuim samen met de arbeidsomstandigheden in een bedrijfstak, kenmerken van de werknemers en de bedrijfsgrootte.
In 2016 bedroeg het gemiddelde ziekteverzuim 3,9%. Het verzuim is sinds 2006 vrij stabiel en fluctueert tussen 3,8% en 4,2%. In 2014 was het ziekteverzuim met 3,8% het laagst. In het openbaar bestuur was het ziekteverzuim in 2016 met 5,3% het hoogst, gevolgd door de gezondheids- en welzijnszorg (5,1%). Het ziekteverzuim was het laagst in de horeca (2,2%), gevolgd door de landbouw en visserij met 2,5% verzuim. Het verschil in ziekteverzuim tussen de bedrijfstakken hangt voor een deel samen met kenmerken van werknemers, zoals leeftijd en geslacht. Daarnaast spelen ook verschillen in arbeidsomstandigheden een rol: al dan niet gevaarlijk of fysiek zwaar werk. Werknemers die gevaarlijk of fysiek zwaar werk doen verzuimen gemiddeld meer. Ook werknemers bij grote bedrijven zijn meer ziek thuis. Het lage verzuim in de horeca heeft onder meer te maken met de relatief lage gemiddelde leeftijd van werknemers in deze bedrijfstak. Daarnaast mogen werknemers in de horeca vaker dan in andere bedrijfstakken zelf bepalen wanneer ze verlof opnemen en beschikken ze vaker over een flexibel dienstverband. De laatste twee kenmerken hangen samen met een lager verzuim. Bron: CBS 5-07-2017

Uitbreiding WML naar andere opdrachtovereenkomsten

woensdag 5 juli 2017 - Een ontwerpbesluit is ter advisering aan de Raad van State voorgelegd waarmee de verplichting om bij een overeenkomst van opdracht minimaal het wettelijk minimumloon te betalen wordt uitgebreid naar andere overeenkomsten, zoals een aanneem-, uitgeef-, of vervoersovereenkomst.
Per 1 januari 2018 wordt de Wet op het minimumloon aangepast waardoor mensen die werken op basis van een opdrachtovereenkomst (ovo) onder het wettelijk minimumloon vallen. De Eerste Kamer is eerder dit jaar akkoord gegaan met deze wetswijziging. In de wet op het minimumloon wordt met deze wetswijziging ook opgenomen (art. 2 lid 3 WML (nieuw)) dat bij een algemene maatregel van bestuur ook andere arbeidsverhoudingen die vergelijkbaar zijn met de overeenkomst van opdracht of de arbeidsovereenkomst onder de reikwijdte van de wet kunnen worden gebracht. Het conceptbesluit breidt de werking van de Wet minimumloon uit naar aanneem-, uitgeef-, of vervoersovereenkomsten. Met deze uitbreiding erbij komen straks circa 431.000 personen onder de Wet minimumloon te vallen. De uitbreiding zal niet gelden voor Gastouders die kinderen in eigen huis opvangen. Ook zullen zelfstandige opdrachtnemers (zzp’ers) die een overeenkomst zijn aangegaan in de uitoefening van hun beroep of bedrijf niet onder de Wet minimumloon vallen. Bron: Min SZW 30-06-2017

Innovatiebox EU-proof

dinsdag 4 juli 2017 - Met ingang van 1 januari 2017 vallen biologische gewasbeschermingsmiddelen ook onder de innovatiebox. De Europese Gedragscodegroep heeft de innovatiebox goedgekeurd. Deze toevoeging wordt gedekt door het percentage van de energie-investeringsaftrek met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 te verlagen naar 55%.
Bij het Belastingplan 2017 is voorgesteld dit immateriële activum aan de innovatiebox toe te voegen om zo de ontwikkeling van biologische gewasbeschermingsmiddelen op basis van levende (micro-)organismen te stimuleren. Dit voorstel moest echter eerst ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Europese Gedragscodegroep. Door de goedkeuring wordt dit activum middels een besluit toegevoegd aan art. 12ba Wet Vpb 1969 en treedt met ingang van 1 juli 2017 in werking en werkt terug tot 1 januari 2017 (Stb. 2017, 280). Naast de aanpassing van de innovatiebox treedt met dit besluit eveneens de voorziene dekkingsmaatregel in werking waardoor het percentage van de energie-investeringsaftrek met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 naar 55% wordt verlaagd. Dit was 55,5%. Bron: MvF 30-06-2017

Stadionritjes waren zakelijk

maandag 3 juli 2017 - Volgens Hof Den Haag kunnen ritten naar een stadion om (potentiële) klanten te ontmoeten worden aangemerkt als zakelijk.
Een vastgoedonderneming, een bv, heeft naheffingsaanslagen opgelegd gekregen. De naheffingsaanslagen hebben betrekking op het privégebruik auto. De auto was aan de directeur door zijn bv ter beschikking gesteld en werd, zoals door de onderneming gesteld, alleen zakelijk gebruikt. In hoger beroep spitst het geschil zich toe op de vraag of de directeur inderdaad voor minder dan 500 km privé met de auto heeft gereden. Met name gaat het dan om de vraag of de ritjes naar een stadion, waar de onderneming beschikt over vier business seats als zakelijk zijn aan te merken. De kosten voor de business seats en de seizoenkaarten had de bv telkens in mindering gebracht op de winst. De ritjes naar het stadion waren volgens de onderneming zakelijk omdat de business seats werden gebruikt voor contacten met (potentiële) klanten. Volgens de inspecteur hadden ritten op zijn minst voor een deel een privékarakter. Wel heeft hij ter zitting verklaard dat ritten die in overwegende mate voor zakelijke doeleinden zijn gemaakt, bij de berekening van het aantal privékilometers buiten aanmerking blijven. Volgens Hof Den Haag heeft de bv aannemelijk heeft gemaakt dat de bezoeken aan het stadion in overwegende mate zakelijke doeleinden dienden. Deze ritten dienen dan, zoals de inspecteur heeft aangegeven, bij de berekening van het aantal privékilometers buiten beschouwing te blijven. De inspecteur heeft zijn stelling dat sommige ritten vooral of uitsluitend privédoeleinden dienden, tegenover de gemotiveerde weerspreking daarvan, niet aannemelijk gemaakt. Voor zover de inspecteur heeft willen betogen dat van de vennootschap kan worden verlangd dat zij een verband legt en aantoont tussen een bepaald bezoek aan het stadion en een specifieke transactie, volgt het hof de inspecteur daarin niet, daar de wet niet voorziet in zo’n vergaande verzwaring van de bewijslast. Bron: Hof Den Haag 21-06-2017

Gemiste kansen in cao-overleg

vrijdag 30 juni 2017 - Volgens Gerard Groten, directeur Arbeidsvoorwaarden van werkgeversvereniging AWVN, wordt het cao-overleg van 2017 gekenmerkt door gemiste kansen. Bij de presentatie van de tussenevaluatie van de cao-onderhandelingen van 2017 stelt Groten dat aan de onderhandelingstafel veel energie weglekt in discussies over lonen, waardoor belangrijke onderwerpen als inzetbaarheid, flexibiliteit en innovatie te weinig aandacht krijgen.
Volgens AWVN zou het aan de onderhandelingstafel veel meer moeten gaan om kwalitatieve onderwerpen als de arbeidsmarktkwalificaties en vaardigheden van de werkenden – vaak samengevat onder de term ‘duurzame inzetbaarheid’. Het door De Nederlandsche Bank en het Centraal Planbureau aangewakkerde debat over de loonontwikkeling in Nederland doet wat dat betreft geen goed, vindt AWVN. Volgens de werkgeversorganisatie gaat in het arbeidsvoorwaardenoverleg om decentraal maatwerk, niet om macro-economische grootheden als de arbeidsinkomensquote of de wens van (inter)nationale organisaties om via hogere lonen de inflatie aan te wakkeren. AWVN wijst erop dat een te hoge loonstijging niet helpt om de economische positie van Nederland in stand te houden, laat staan te verbeteren. ‘Steeds meer bedrijven maken deel uit van een internationaal concern dat nauwlettend de productiekosten van de concerns over de hele wereld in de gaten houdt. Te hoge lonen in Nederland kunnen in de nabije toekomst leiden tot het besluit in de internationale boardroom om komende investeringen en/of productie niet meer in Nederland te realiseren’, aldus Groten. De werkgevers vinden overigens de roep om loonsverhogingen bij een aantrekkende economie wel begrijpelijk. Daar waar het kan, adviseert AWVN ook een passende loonstijging af te spreken. Wat AWVN betreft zijn passende loonafspraken niet alleen structureel, maar deels ook mee-ademend met de bedrijfs- of afdelingsresultaten. Hoe hoger de omzet, winst en/of klanttevredenheid, hoe hoger de lonen. Bron: AWVN, 28-06-2017

Gemeente mag vast bedrag aan leges per bouwkostenklasse heffen

vrijdag 30 juni 2017 - Volgens de Hoge Raad mag een gemeente een vast bedrag aan leges per bouwkostenklasse, het zogenoemde zaagtandtarief, heffen. Hof Den Haag had eerder geoordeeld dat sprake was van onredelijke en willekeurige belastingheffing. Ook de advocaat-generaal had geconcludeerd dat deze wijze van leges heffen niet kon.
De zaak betrof een projectontwikkelaar die omgevingsvergunningen had aangevraagd voor woningbouwprojecten in Hoek van Holland. De daarvoor door hem te betalen leges waren door de gemeente Rotterdam berekend op basis van een tarieventabel. In die tabel was per tariefklasse, bestaande uit een bepaalde bandbreedte aan bouwkosten, het te betalen bedrag aan leges bepaald. Hoe hoger de tariefklasse, hoe hoger het te betalen bedrag aan leges. De Hoge Raad stelt dat het gemeenten binnen de grenzen van de Gemeentewet vrij staat zelf te bepalen waarover en hoeveel belasting zij heffen maar dat dat niet afhankelijk mag zijn van inkomen, winst of vermogen. Daarbij staat het ze vrij keuzes te maken die het beste passen binnen die gemeente. Het te betalen bedrag aan leges laten afhangen van een tariefklasse mag dus. Bron: HR 30-06-2017

Toch ondernemerschap bij ondersteunende werkzaamheden

donderdag 29 juni 2017 - Hoewel een deel van de werkzaamheden die de vrouw uitvoert als administratief of ondersteunend kan worden aangemerkt, staan zij in nauw verband met de omzetgenererende activiteiten die als ondernemer worden verricht. Er bestaat recht op zelfstandigenaftrek.
Een echtpaar exploiteert sinds 2006 een garagebedrijf in de vorm van een VOF. Sinds 2008 werkt de vrouw volledig mee in de onderneming. In haar aangiften over 2009 en 2010 heeft de vrouw rekening gehouden met zelfstandigenaftrek. Na het instellen van een boekenonderzoek, corrigeert inspecteur de zelfstandigenaftrek over de jaren 2009 tot en met 2013 op. Voor Hof Arnhem-Leeuwarden is onder meer in geschil of de vrouw hoofdzakelijk werkzaamheden van ondersteunende aard heeft verricht en of het samenwerkingsverband van het echtpaar als ongebruikelijk kan worden aangemerkt, zoals door de inspecteur wordt gesteld. Het hof verduidelijkt allereerst dat voor toepassing van het urencriterium voldoende is dat de werkzaamheden niet hoofdzakelijk van ondersteunende aard zijn of dat het samenwerkingsverband tussen niet-verbonden personen niet ongebruikelijk is. Aan samenwerkingsverbanden van met elkaar verbonden personen worden de ondernemersfaciliteiten immers toegekend als ondanks het ondersteunende karakter van de werkzaamheden van een van de betrokken personen niettemin tussen onafhankelijke derden een dergelijk samenwerkingsverband wordt aangegaan. Het hof acht het geloofwaardig dat het echtpaar de werkzaamheden in de onderneming zo heeft verdeeld, dat de man zich vooral met de in- en verkoop van auto's bezighoudt en dat de vrouw de monteurs aanstuurt. Van de beide omzetgenererende activiteiten ligt het zwaartepunt van de winstgevendheid bij de reparaties. Investeringsbeslissingen worden door het echtpaar gezamenlijk genomen, waarbij de vrouw een doorslaggevende stem heeft. Hoewel zij ook administratief of ondersteunende werkzaamheden verricht, vindt het hof dat de meeste werkzaamheden daarvan door de ondernemer als zodanig worden verricht en dat zij in nauw verband staan met de omzetgenererende activiteiten. Verder vindt het hof het voldoende aannemelijk dat de samenwerking in een garagebedrijf met een vergelijkbare winstverdeling en verdeling van werkzaamheden ook tussen niet-verbonden personen voorkomt en daarmee de samenwerking niet ongebruikelijk is. De zelfstandigenaftrek is terecht in mindering gebracht. Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 21-06-2017

Van Beers BV

De "Z" staat achter in het alfabet maar voor ons als 1e letter: "A"aanspreekbaarheid, nuchter, benaderbaar en een eerlijke prijs.

clownschoen

Meer klanten over Z!

Zoutewelle Actueel

Fisckwartaaltje

21 april 2017 - We hebben iets nieuws!Vanaf heden sturen wij je ieder kwartaal een nieuwsbrief met fiscaal voordeel. Makkelijk leesbaar, to the point en met de beste tips & tricks... Lees meer »

Accountancy Nieuws

FNV: structureel overwerk kost banen

dinsdag 18 juli 2017 - Uit onderzoek van TNO in opdracht van FNV zou blijken dat door de 7 miljoen werknemers in Nederland jaarlijks voor ruim 20 miljard euro onbetaald w...Lees meer »

De Zoutewelle Nieuwsbrief