Accountancy nieuws

Cao-seizoen 2018: voortzetting opwaartse trend

vrijdag 19 januari 2018 - De opwaartse trend in loonafspraken lijkt zich dit jaar voort te zetten. Uit cijfers van AWVN blijkt dat het maandgemiddelde van januari tot nu toe op 2,1% staat. Vorig jaar werd afgesloten met in december een gemiddelde loonafspraak van 2,07%, iets hoger dan het gemiddelde van november (1,97%). In december kwamen er 26 akkoorden tot stand.
In heel 2017 kregen 3,4 miljoen werknemers een nieuwe cao. Dat is de 72% van alle werknemers die onder een cao vallen. De gemiddelde afgesproken loonstijging in 2017 bedraagt 1,72 procent. Dat gemiddelde is sinds het begin van het jaar voortdurend opgelopen dankzij steeds hogere maandgemiddelden. Die oplopende maandgemiddelden gedurende het jaar vloeien voort uit de sterk aantrekkende economie en de verbeterde vooruitzichten van bedrijven. Een andere trend in 2017 waren de afspraken over persoonlijke keuzebudgetten. Vorig jaar kregen circa 400.000 werknemers vorig jaar een nieuw keuzebudget. Dit budget kan onder meer ingezet worden voor opleiding en ontwikkeling. Door de afspraken over keuze budgetten kwam hiervoor volgens AWVN € 200 miljoen extra voor beschikbaar. Bron: AWVN 17-01-2017

Inkomensverklaring voor huurverhoging toegestaan

donderdag 18 januari 2018 - De verwerking van inkomensgegevens door de Belastingdienst en woningcorporaties ten behoeve van de inkomensafhankelijke huurverhoging is niet in strijd met het recht op privacy. De wet bevat namelijk (vanaf 1 maart 2016) een expliciete wettelijke verplichting voor de Belastingdienst voor het op verzoek van de verhuurder verstrekken van de inkomensverklaring.
Verhuurders van sociale huurwoningen hebben de mogelijkheid om de huurprijs jaarlijks extra te verhogen ten opzichte van het reguliere basishuurverhogingspercentage om zo ‘scheefwonen’ tegen te gaan. In de periode van 16 maart 2013 tot 1 april 2016 moest bij een voorstel voor een dergelijke huurverhoging een door de inspecteur op verzoek van de verhuurder afgegeven verklaring worden gevoegd. Op 3 februari 2016 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaald dat de inspecteur niet verplicht is om inkomensgegevens van een huurder van een sociale huurwoning te verstrekken aan de verhuurder. Met ingang van 1 maart 2016 is daarom in de wet een expliciete wettelijke verplichting opgenomen voor het verstrekken van de inkomensverklaring op verzoek van de verhuurder. In een procedure voor Rechtbank Den Haag stelt de Woonbond, een belangenorganisatie voor huurders, dat de verwerking van persoonsgegevens door de inspecteur en verhuurders onrechtmatig is en (ondermeer) in strijd met de geheimhoudingsplicht en het recht op privacy. De Woonbond vordert dat wordt vastgesteld dat de huurders het inkomensafhankelijke deel van de huursom onverschuldigd hebben betaald. Rechtbank Den Haag oordeelt dat nu de verplichting om dergelijke inkomensverklaringen verklaringen expliciet in de wet is opgenomen de woningcorporatie er vanuit mag gaan dat de inkomensverklaringen - die zij van de in de wet daartoe aangewezen inspecteur verkreeg - rechtmatig waren verstrekt en dat zij deze kon gebruiken voor het voorstellen en doorvoeren van een inkomensafhankelijke huurverhoging. Het gebruik van deze inkomensverklaringen door de woningcorporatie was daarom niet onrechtmatig. Bron: Rb Den Haag, 10-01-2018

Box 3-heffing over 2014 te hoog

donderdag 18 januari 2018 - Nadat vele beroepen tegen de forfaitaire vermogensrendementsheffing ongegrond zijn verklaard, heeft Hof Amsterdam nu de kritiek van belanghebbenden erkend. Het hof heeft geoordeeld dat in 2014 de vermogensrendementsheffing een verboden schending van het recht op eigendom vormt.
Het hof haalde eerdere arresten aan, waarin de Hoge Raad had geoordeeld dat het forfaitair rendement van 4% pas in strijd is met het EVRM als dit rendement gedurende een lange reeks van jaren niet meer valt te halen. In het jaar 2011 was volgens de Hoge Raad nog niet voldaan aan deze voorwaarde. Zie: ‘Hoge Raad houdt box 3 in stand’. Hof Amsterdam heeft nu gekeken naar het jaar 2014. Volgens het hof is van belang welk reëel rendement een particulier die weinig risico wil nemen, kan behalen gedurende een lange reeks van jaren. De rechter ging daarbij mede uit van een overzicht in het eindrapport van de Commissie Van Dijkhuizen ‘Naar een activerender belastingstelsel’. Uit dit overzicht blijkt dat over de jaren 2001 – 2012 het gemiddelde jaarlijkse reële rendement op spaarrekeningen 0,5% was. Het hof leidt uit dit aanzienlijke verschil af dat in 2014 de risicomijdende particuliere belegger over een lange periode geen reëel rendement van 4% had kunnen behalen. De box 3-heffing van 1,2% (forfaitair rendement x 30% belasting) was in 2014 geen proportionele heffing meer. Het hof liet echter de aanslag in stand. Het wil namelijk de wetgever enige tijd gunnen om de situatie die op zichzelf een schending van het eigendomsrecht vormt, te beëindigen. Daarbij wees het hof op de gewijzigde box 3-heffing per 1 januari 2017. Voor rechtsherstel zal men naar een hogere rechter moeten stappen. Bron: Hof Amsterdam 16-01-2018

Zzp'ers groter risico op armoede

donderdag 18 januari 2018 - Van alle werkenden in de leeftijd van 15 tot 75 jaar lopen zzp’ers het grootste risico op armoede. Van hen maakten 9,4 procent in 2016 deel uit van een huishouden met een inkomen onder de lageinkomensgrens. Zzp’ers in handel, vervoer en horeca hebben het hoogste armoederisico.
Vanaf het piekjaar 2013, toen 3,5 procent van de werkenden met een laag inkomen werd geconfronteerd, daalde het aandeel werkenden met een armoederisico elk jaar. Wel zwakte de daling van 2015 op 2016 af: van 2,9 procent naar 2,8 procent. Bij werknemers en zmp’ers (zelfstandigen met personeel) zette de daling verder door, maar bij zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel) liep het percentage iets op: van 9,2 in 2015 naar 9,4 in 2016. In 2016 hadden 42.000 werkenden (0,6 procent) ten minste vier jaar op rij een laag inkomen. Zzp’ers hadden vaker langdurig een laag inkomen dan zmp’ers en werknemers. Bij zzp’ers steeg het aandeel met een langdurig laag inkomen bovendien van 1,9 procent in 2014 en 2015 naar 2,1 procent in 2016. Hoe korter de werkweek, hoe hoger het risico op (langdurige) armoede. Bij werknemers waren de armoederisico’s verreweg het laagst, ongeacht hoeveel uur per week ze werkten. Zo was het percentage met risico op armoede onder werknemers in kleine deeltijd (minder dan 24 uur per week) bijna drie keer zo laag als onder zzp’ers in kleine deeltijd (6,0 tegen 16,5 procent). Het risico op langdurige armoede was bij de werknemers ruim drie keer zo klein (1,5 tegen 4,6 procent). Wel liepen bij zowel werknemers als zzp’ers de vrouwelijke deeltijders beduidend minder risico dan de mannelijke deeltijders. Vrouwen hebben vaker dan mannen een werkende partner waardoor het gezamenlijke huishoudensinkomen boven de kritische drempel uitkomt. De armoederisico’s van de in deeltijd werkende zmp’ers lagen relatief dicht in de buurt van die van de zzp’ers die in deeltijd werken. Maar anders dan bij zzp’ers waar ruim de helft in deeltijd werkt is het aantal in deeltijd werkende zmp’ers naar verhouding klein. Bron: CBS 18-01-2018

Crisisheffing ook over doorbetaald loon

woensdag 17 januari 2018 - Rechtbank Noord-Holland is van oordeel dat de crisisheffing ook van toepassing was op het fictief loon dat een dga op grond van de doorbetaaldloonregeling kreeg uitbetaald.
Een financiële holding ging in bezwaar tegen de crisisheffing die aan haar was opgelegd over het loon dat aan de dga in 2013 was betaald. In dat jaar had zij een bedrag van € 283.632 aan de dga betaald. Hierin was inbegrepen de doorbetaling van een vergoeding van € 96.424 voor de werkzaamheden die de dga had verricht voor een vennootschap waarin de holding een belang had van 17%. De holding betwistte onder meer dat de crisisheffing kan worden toegepast over loon dat op grond van de doorbetaaldloonregeling aan de dga was betaald. Maar de rechtbank oordeelde dat het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking mede het fictief loon omvat evenals het loon dat op grond van de doorbetaaldloonregeling aan de dga wordt uitbetaald. Nu de crisisheffing werd geheven over het totaal in 2013 door de hoofdwerkgever uitbetaalde loon, diende ook het doorbetaalde loon in de grondslag te worden opgenomen. Bron: Rb. Noord-Holland 3-11-2017 (publ.8-01-2018)

Plaatsmakersregeling geen VUT

woensdag 17 januari 2018 - Advocaat-generaal (A-G) Niessen adviseert de Hoge Raad om een vrijwilligers- en plaatsmakersregeling in een Sociaal Plan niet zonder meer te bestempelen als een VUT-regeling.
Als een werkgever een uitkering doet als gevolg van een regeling voor vervroegde uittreding (VUT), valt deze uitkering in principe onder een eindheffing van 52%. De fiscus meende dat een vrijwilligers- en plaatsmakersregeling in een Sociaal Plan van een werkgever een VUT-regeling omvatte. De vrijwilligers- en plaatsmakersregeling hield in dat een werknemer van wie de arbeidsplaats ging vervallen, was uit te wisselen tegen een werknemer die onder toekenning van de beëindigingsvergoeding uit het Sociaal Plan plaats wilde maken. De beëindigingsvergoeding was gebaseerd op de zogeheten kantonrechtersformule. De A-G constateert dat de uitkeringen op grond van deze vrijwilligers- en plaatsmakersregeling niet voor minstens 90% dienden ter overbrugging of als aanvulling op het inkomen van de werknemer tot de pensioendatum. De andere uitkeringen uit het Sociaal Plan hadden dit evenmin als doel. De A-G concludeert daarom dat hier geen sprake is van een VUT-regeling. Bron: Conclusie AG 14-12-2017 (publ. 12-01-2018)

Cao-resultaat openbaar vervoer: plaspauze in de cao

dinsdag 16 januari 2018 - De partijen bij de cao Openbaar vervoer zijn er afgelopen maandag in geslaagd een principeakkoord voor de nieuwe cao overeen te komen. Aan het akkoord gingen meerdere onderhandelingsrondes en een staking op 4 januari vooraf.
De partijen zijn een cao overeengekomen met een looptijd tot eind 2020. Gedurende die looptijd krijgen de werknemers in vijf stappen een loonsverhoging van in totaal 8 procent (2 procent in januari dit jaar en vervolgens in 2019 en 2020 telkens in januari en oktober een loonsverhoging van 1,5 procent). Daarnaast wordt in december 2020 de eindejaarsuitkering met € 100 verhoogd, zodat werknemers er uiteindelijk ca. 8,3 procent op vooruit gaan. Een belangrijk punt bij de onderhandelingen was de werkdruk. Afspraken zijn gemaakt om deze aan te pakken. Zo is vastgelegd dat het rijdend personeel altijd uiterlijk na 2,5 uur arbeidstijd een reële mogelijkheid krijgt voor een sanitaire stop. Ook krijgt de medezeggenschap meer handvatten om afspraken te maken over sociale roosters. Verder is afgesproken dat er voor het direct uitvoerend personeel een werkgelegenheidsgarantie van toepassing is gedurende de looptijd van de cao. Ook zullen gedurende de looptijd minimaal duizend uitzendkrachten/BBL-ers worden aangenomen. Bron: CNV Vakmensen, 15-01-2017

Terugbetaling voorfinanciering geen vergoeding

donderdag 11 januari 2018 - Het om niet in beheer en gebruik geven van een onroerende zaak is geen economische activiteit. Aftrek van voorbelasting is dan ook niet mogelijk. Dit is ook niet op te lossen door een vergoeding te bedingen die feitelijk alleen bestaat uit het terugbetalen van de voorfinanciering.
Een bv had in 2007 een perceel gekocht met daarop onder andere een woning en een landbouwschuur. De levering van deze onroerende zaak was vrijgesteld van btw. In de jaren 2007 tot en met 2011 liet de bv de woning verbouwen. De btw over de verbouwingskosten werd afgetrokken. De Belastingdienst was het hier niet mee eens omdat de bv de onroerende zaak niet zou gebruiken voor btw-belaste doeleinden. Een naheffingsaanslag werd opgelegd. Volgens de rechtbank was de naheffing terecht. Het bleek namelijk dat de bv het perceel primair had gekocht om de aankoop te financieren ten behoeve van een vereniging. Daartoe had de bv de onroerende zaak in licentie overgedragen en verkocht aan de vereniging. De vereniging was de bv alleen een vergoeding verschuldigd die feitelijk neerkwam op de terugbetaling van de voorfinanciering. De rechtbank oordeelde dat de bv de onroerende zaak niet had gebruikt voor economische prestaties en geen recht had op vooraftrek. Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 20-09-2017 (publ. 9-01-2018)

Vorig jaar laagste aantal faillissementen sinds 2000

donderdag 11 januari 2018 - Het aantal faillissementen in 2017 was het laagste aantal van deze eeuw. 3 290 bedrijven en instellingen (exclusief eenmanszaken) zijn vorig jaar failliet verklaard. Dat is het laagste aantal na 2000.
In mei 2013 piekte het aantal uitgesproken faillissementen (voor zittingsdagen gecorrigeerd). Daarna is er sprake van een dalende trend en bereikte het aantal faillissementen in augustus 2017 het laagste niveau sinds 2001. Vervolgens wisselden stijgingen en dalingen elkaar af. In december nam het aantal faillissementen iets toe. In bijna alle bedrijfstakken is het aantal faillissementen gedaald. Absoluut gezien was de daling in de financiële dienstverlening het sterkst. Het aantal uitgesproken faillissementen nam af van 758 in 2016 naar 487 in 2017. Net als in voorgaande jaren zijn de meeste faillissementen van bedrijven en instellingen uitgesproken in de handel, namelijk 693. In de groothandel waren er 345 faillissementen, in de detailhandel 270 en in de autohandel 78. Ook in de handel daalde het aantal faillissementen aanzienlijk. Verder is het aantal faillissementen in de industrie sterk afgenomen van 334 naar 245. Bron: CBS 11-01-2018

Productie industrie in de lift

donderdag 11 januari 2018 - De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in november 4,4% hoger dan in november 2016 en een fractie groter dan in oktober 2017. Al ruim twee jaar produceert de industrie meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. De productiegroei was het sterkst in de farmaceutische industrie.
De farmaceutische industrie produceerde in november ruim 19% meer dan in november 2016. Ook de productie van de transportmiddelen-, de elektrische-apparaten-, de machine- en de rubber- en kunststofindustrie groeide sterker dan gemiddeld in de industrie. Van oktober op november 2017 steeg de productie met 1,1%. De industriële productie lag niet eerder zo hoog. De voor seizoeneffecten gecorrigeerde productie fluctueert aanzienlijk. Dalingen en stijgingen volgen elkaar snel op. Sinds medio 2014 is er sprake van een stijgende trend van de industriële productie. Het producentenvertrouwen veranderde in december nauwelijks en kwam uit op het een na hoogste punt van 2017. Producenten waren wat minder positief over de verwachte bedrijvigheid. De belangrijkste afzetmarkt voor de Nederlandse industrie is Duitsland. In dat land daalde het producentenvertrouwen iets na een recordniveau in de maand daarvoor. Bron: CBS 9-01-2018

Meerderheid werknemers meldt zich niet ziek bij lichte griep

woensdag 10 januari 2018 - 74 procent van de werknemers meldt zich niet ziek bij een (lichte) griep. Dat blijkt uit landelijk onderzoek in opdracht van Tentoo, onder meer dan 1.000 Nederlanders.
Opmerkelijk is dat 62 procent wel vindt dat een financiële bonus bijdraagt aan het terugdringen van ziekteverzuim. Dat bijna 75 procent van de ondervraagden zich niet ziek meldt bij (lichte) griep is bijzonder. Volgens Tentoo hebben Nederlanders een groot verantwoordelijkheidsgevoel en zetten ze door, ook wanneer de gezondheid op een laag pitje staat. Aan de andere kant speelt vermoedelijk angst om een slecht imago te krijgen. Alhoewel werknemers niet afgerekend mogen worden op het feit dat zij ziek zijn, heerst wellicht het gevoel minder gewaardeerd te worden. Niet alleen door de leidinggevende, maar ook door collega’s die werk moeten overnemen. Ruim 60 procent van de Nederlanders denkt bovendien dat een financiële bonus bijdraagt aan het terugdringen van ziekteverzuim. Bij jongeren van achttien tot 25 jaar is dit percentage hoger, namelijk 68 procent. De vraag is echter of een bonus wel een goed idee is. Het is een manier om werknemers te motiveren, maar het is niet zo slim om zieke mensen op kantoor te hebben. Griep is besmettelijk en het gevolg kan zijn dat weldra de hele werkvloer gevloerd is. Volgens Tentoo is het beter om je te richten op de oorzaken van verzuim. Een kwart van het verzuim is werkgerelateerd maar zorgt wel voor de helft van alle kosten van de doorbetaling bij ziekte. Bron: Tentoo 2-01-2018

Eén Porsche te weinig

woensdag 10 januari 2018 - Een kostenvergoeding die niet aannemelijk gemaakt kon worden, de bijtelling voor een Porsche die ontbrak en een rittenadministratie voor een Porsche die van geen kant klopte, bezorgden een beheer bv een flinke naheffingsaanslag loonheffing.
Aan een beheer bv zijn naheffingsaanslagen loonheffing opgelegd voor de jaren 2008 tot en met 2011. De beheer bv verstrekt in die tijd aan zijn werknemer (tevens enig certificaathouder) een maandelijkse kostenvergoeding van € 200 en stelt hem in 2008, 2009 en 2010 een Porsche Cayenne (bijtelling 2009: € 16.574) en een Porsche 911 Carrera (bijtelling 2009: € 45.226) ter beschikking. De werknemer heeft voor de Porsche Carrera een rittenadministratie overlegd. Volgens de inspecteur behoort de kostenvergoeding tot het loon en dient er een bijtelling voor privégebruik bij het loon te worden gerekend. Voor Hof Arnhem dient de bv aannemelijk te maken dat de kostenvergoeding dient ter bestrijding van kosten voor een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. Daarin slaagt beheer bv niet. De werknemer verricht bij andere concernvennootschappen werkzaamheden waarvoor een management fee wordt uitgekeerd. Volgens het hof heeft de beheer bv niet aannemelijk gemaakt dat de werknemer voor eigen rekening uitgaven doet ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. Ten aanzien van de Porsches staat vast dat beide auto’s ter beschikking zijn gesteld aan de werknemer. Er dient in ieder geval voor de Porsche Cayenne een bijtelling wegens privégebruik plaats te vinden. De overgelegde rittenadministratie voor de Porsche 911 Carrera vertoont zoveel mankementen dat niet is gebleken dat de Carrera voor minder dan 500 kilometer per jaar is gebruikt. Kortom, ook voor deze auto moet privégebruik worden bijgeteld. In de jaren 2008, 2009 en 2010 is daardoor jaarlijks zo'n € 10.000 te weinig aan belasting ingehouden. Aan de beheer bv zijn vanwege de correcties boeten opgelegd. Daar het aan grove schuld van de beheer bv te wijten is dat te weinig belasting is betaald over het privégebruik auto, wordt voor 2008 een boete van € 2.765 en voor 2009 t/m 2011 een boete van € 4.314 opgelegd. Deze worden met 15% verminderd in verband met de overschrijding van de redelijke termijn. Dat de bv in de financiële problemen zit, maakt geen verschil. Volgens het hof heeft de rechtbank de boeten terecht opgelegd en blijkt uit de overgelegde financiële stukken niet dat beheer bv de boete niet kan betalen. Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 19-12-2017

Accountantsverklaring: geen zekerheidje

dinsdag 9 januari 2018 - Doordat in de accountantsverklaring wordt aangegeven dat geen zekerheid wordt gegeven over de betrouwbaarheid van een jaarrekening, is deze jaarrekening onvoldoende om een aanslag Vpb te verlagen.
Nadat een bv na een boekenonderzoek een vaststellingsovereenkomst over de aangiften Vpb over de jaren 2005 tot en met 2009 heeft gesloten, volgt in 2012 de uitnodiging om aangifte Vpb 2011 te doen. Op deze uitnodiging wordt niet gereageerd. De vervolgens opgelegde ambtshalve aanslag over 2011 ad € 500.000 wordt verlaagd nadat door de bv in de bezwaarfase een conceptjaarrekening 2011 is overgelegd. De inspecteur gaat uit van een geschat belastbaar bedrag van € 140.527 in plaats van het uit de jaarrekening blijkende verlies van € 91.037. In het hoger beroep wordt de definitieve jaarrekening 2011 overgelegd, dit maal met een verklaring van de accountant. De definitieve jaarrekening is qua financiële gegevens gelijk aan de conceptjaarrekening. Hof Amsterdam is echter, met Rechtbank Noord-Holland, van mening dat niet het vereiste bewijs is geleverd om de aanslag verder te verminderen. Uit de verstrekte accountantsverklaring blijkt dat geen zekerheid over de getrouwheid van de jaarrekening kan worden gegeven. De definitieve jaarrekening is daarmee niet alsnog het vereiste (zware) bewijs voor de onjuistheid van de uitspraak op bezwaar. Bovendien heeft de bv de door de inspecteur over de jaarrekening gestelde vragen niet beantwoord. Volgens het hof is de stelling van de bv dat de jaarrekening antwoord geeft op alle vragen niet terecht. De ambtshalve aanslag Vpb blijft in stand. Bron: Hof Amsterdam 01-08-2017(gepubl. 03-01-2018)

Kosten inburgeringscursus nooit aftrekbaar

vrijdag 5 januari 2018 - Maakt iemand kosten voor een inburgeringscursus? Dan staan deze kosten in een te ver verwijderd verband tot een concrete vorm van inkomensverwerving om te kunnen worden aangemerkt als scholingsuitgaven.
Een dga was in het huwelijk getreden. Zijn echtgenote was vanuit China in Nederland komen wonen. Voor het volgen van een inburgeringscursus had de echtgenote kosten gemaakt. In geschil bij Hof Den Haag was of deze kosten aftrekbaar waren als scholingskosten. In geschil bij Hof Den Haag was of de kosten voor de inburgeringscursus aftrekbaar zijn als scholingskosten. Hof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2017:2017:1663) oordeelde dat de kosten van inburgeringscursus geen scholingskosten zijn. Deze kosten waren niet gedaan met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning. Uitgaven voor een inburgeringscursus en voor de daartoe benodigde leerboeken staan in een te ver verwijderd verband tot een concrete vorm van inkomensverwerving om te kunnen worden aangemerkt als scholingsuitgaven. Het hof verwees daarbij naar Hoge Raad 8 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3568. Alleen als aannemelijk gemaakt kan worden dat er zich bijzondere omstandigheden hebben voorgedaan, kan men volgens het hof van dit algemene uitgangspunt afwijken en zijn de kosten voor een inburgeringscursus aftrekbaar als scholingskosten. De Hoge Raad onderstreept het oordeel van het hof dat kosten voor een inburgeringscursus geen scholingskosten zijn. Anders dan het hof oordeelt de Hoge Raad dat er zich in het geheel geen bijzondere omstandigheden kunnen voordoen waarbij deze kosten wel aftrekbaar zouden kunnen zijn. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie daarom ongegrond verklaard. Bron: HR 15-12-2017

Cao-lonen in 2017 minder gestegen dan in 2016

donderdag 4 januari 2018 - De cao-lonen vorig jaar minder gestegen dan in 2016. Vorig jaar bedroeg de stijging 1,5% tegen 1,8 in 2016. Alleen in het vierde kwartaal van 2017 is de stijging van de cao-lonen iets boven de 1,5% uitgekomen. De contractuele loonkosten (cao-lonen + werkgeverspremies) stegen vorig jaar net als in 2016 meer dan de cao-lonen.
De grootste cao-loonstijging deed zich voor in de landbouw (2,3%). Dit komt vooral door loonsverhogingen voor 2017 in de cao’s Glastuinbouw en Dierhouderij. In de bedrijfstak overige dienstverlening (onder meer de cao’s Textielverzorging, Kappersbedrijf en Uitvaartbranche) was de loonstijging met 1,0% het laagst. In de overige dienstverlening kwam – gemeten naar de loonsom - voor 42% van de cao's geen nieuw akkoord tot stand in 2017. Van de bedrijfstakken Verhuur en handel van onroerend goed en Onderwijs zijn geen uitkomsten bekend. Voor de meeste cao’s in deze bedrijfstakken zijn nog geen nieuwe akkoorden afgesloten over 2017. De lonen bij de overheid zijn met 0,7% toegenomen. Dat is aanzienlijk minder dan bij de particuliere sector (1,7%) en de gesubsidieerde sector (1,5%). Dit komt voornamelijk doordat bij de lopende overheid-cao’s (tot en met oktober ook bij de cao’s in het onderwijs) in 2017 een lagere loonsverhoging is afgesproken dan in dezelfde periode van vorig jaar. In 2016 deed zich in de cao-sector overheid nog de grootste loonstijging voor (3,4%). Het voorlopige cijfer over 2017 is gebaseerd op 92% van de cao’s waaruit de statistiek is opgebouwd. De contractuele loonkosten (cao-lonen en werkgeverspremies) stegen met 1,8% in 2017. Sinds begin 2016 stijgen de contractuele loonkosten weer harder dan de cao-lonen. In 2017 was dit toe te schrijven aan hogere werkgeversbijdragen aan WAO- en WW-premies. Bij de overheid zorgde de werkgeversbijdrage aan de pensioenpremies bij het ABP voor een stijging van de contractuele loonkosten. Bron: CBS 4-01-2018

Ondernemer moet elektronisch aangifte doen

donderdag 4 januari 2018 - De inspecteur heeft terecht een verzuimboete opgelegd aan een ondernemer die weigerde zijn aangifte IB langs elektronische weg in te dienen.
Een ondernemer wordt door de Belastingdienst eind februari 2013 resp. 2014 uitgenodigd om aangifte IB te doen over de jaren 2012 en 2013. Voor het jaar 2012 geeft de ondernemer per brief in maart 2013 de in zijn ogen benodigde gegevens voor de aangifte door aan de inspecteur door. Eind mei 2013 verzoekt de inspecteur de ondernemer om aangifte te doen en volgt een aanmaning. Voor de aangifte IB 2013 volgt een vergelijkbaar traject. Voor Hof Amsterdam is het uiteindelijk de vraag of de verzuimboeten vanwege het niet doen van aangifte (langs elektronische weg) in stand moeten blijven. Net als de rechtbank is het hof van mening dat de verzuimboeten terecht zijn opgelegd. De ondernemer is op grond van art. 52 lid 2 aanhef en onderdeel b AWR verplicht een administratie bij te houden. Daardoor is hij op basis van art. 20 lid 2 aanhef en onderdeel a Uitvoeringsregeling AWR ook verplicht langs elektronisch weg aangifte te doen. Dat de ondernemer in de jaren ervoor altijd schriftelijk aangifte heeft gedaan kan er niet toe leiden dat de door de wetgever opgelegde verplichting niet hoeft te worden nagekomen. Omdat niet aan de verplichting is voldaan heeft de inspecteur terecht een verzuimboete opgelegd. Van het door de ondernemer gestelde misbruik van bevoegdheid is geen sprake. Bron: Hof Amsterdam 30-11-2017

Pensioenfondsen staan er beter voor

woensdag 3 januari 2018 - De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is over heel 2017 gestegen van 102% naar 108%. In de laatste maand daalde de dekkingsgraad een procentpunt. De beleidsdekkingsgraad, die leidend is voor kortingen en indexatie, bleef in december gelijk op 106%.
De beleidsdekkingsgraad, gebaseerd op de gemiddelde dekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden, steeg in 2017 van 98% naar 106%. Deze eindstand voor 2017 is hoger dan het wettelijke vereiste minimum van 104,3%. De verwachting is dat slechts enkele fondsen het jaar afsluiten met een dekkingstekort. Er zijn zelfs fondsen waar indexatie weer in zicht komt. Door verdere consolidatie van het aantal pensioenfondsen in 2017 daalde het aantal fondsen. Inmiddels zijn er nog maar zo’n 200 over. Tegelijkertijd kwamen er juist algemene pensioenfondsen (APF-en) bij. Veel pensioenfondsen werden bij een APF of bedrijfstakpensioenfonds (BPF) ondergebracht, daar waar dat bij APF-en meestal in eigen kringen gebeurt. De overblijvers zijn de grotere fondsen. De verwachting is dat op termijn ongeveer 100 pensioenfondsen overblijven. Ook bij de andere uitvoerders, zoals verzekeraars, gaat de consolidatieslag door. Bron: Aon 2-01-2018

'Echte' zzp’ers vooral in de bouw

dinsdag 2 januari 2018 - Het merendeel van de zzp’ers heeft naast een zzp-inkomen ook een andere bron van inkomsten, zoals loon, pensioen of een uitkering. Wel geldt voor ruim zes op de tien zzp’ers dat het inkomen uit ondernemerschap hun hoofdinkomen is. Voor de overige zzp’ers zorgt het zzp-schap voor een bijverdienste. 'Echte' zzp'ers zijn er vooral in de bouw.
Ruim 650.000 zzp’ers hebben alleen een zzp-inkomen. Het gemiddelde inkomen dat ze daarmee verdienen bedraagt € 28.000 per jaar. Voor zo’n 256.000 zzp’ers is het inkomen uit ondernemerschap de voornaamste, maar niet de enige inkomensbron. Zij hebben ook nog inkomsten uit loon, pensioen of een uitkering. Het doorsnee zzp-inkomen van deze zelfstandigen bedroeg bijna € 20.000, met daarnaast circa € 6.700 aan andere inkomsten. Binnen die groep doen de zzp’ers met een pensioeninkomen het beste: niet allen hebben zij het hoogste zzp-inkomen (€ 23.000), maar ook de hoogste neveninkomsten (gemiddeld € 10.000). Zzp’ers met bijverdiensten uit loon verdienden € 6.000 naast een zzp-inkomen van gemiddeld € 16.700. Zzp’ers voor wie het zzp-inkomen slechts een bijverdienste is (548.000 personen) werken meestal in loondienst. Van de ruim 6,2 miljoen werknemers in 2016 klusten er bijna 330.000 als zzp’er bij. Hiermee verdienden zij gemiddeld € 1.900 per jaar. Ook 138.000 gepensioneerden vulden hun pensioen aan met gemiddeld € 2.800. Daarnaast waren er 46.000 uitkeringsontvangers die voor € 1.400 per jaar bijverdienden als zzp‘er. Dit zzp-inkomen werd verrekend met de ontvangen uitkering. Vooral in de bouw komt men zzp’ers tegen voor wie het zzp-inkomen het belangrijkste inkomen is (9 op de 10); bij zeven op de tien is het zelfs het enige inkomen. Bij zzp’ers die werkzaam zijn binnen de overheid, in het onderwijs en in de zorg is het zzp-inkomen in de helft van de gevallen een bijverdienste. Bron: CBS 29-12-2017

Geen geruisloze terugkeer met terugwerkende kracht

dinsdag 2 januari 2018 - Om gebruik te kunnen maken van de mogelijkheid om geruisloos terug te kunnen keren uit de bv, moeten de aandeelhouders natuurlijke personen zijn. Dit geldt ook als met een beroep op een besluit om terugwerkende kracht wordt verzocht. De wettelijke eis dat de aandeelhouders op het overgangstijdstip natuurlijke personen moeten zijn, blijft overeind.
De aandelen van een bv die fiscaal-juridische diensten verleend, zijn tot 3 november 2016 in handen van een houdstermaatschappij. De aandelen in de houdstermaatschappij zijn in handen van een stichting administratiekantoor (STAK). De certificaten van aandelen in de STAK worden gehouden door drie persoonlijke holdings. De aandeelhouders van die persoonlijke holdings besluiten in 2016 hun samenwerking per 1 januari 2016 te beëindigen. De vertrekkende aandeelhouder verkoopt de certificaten van aandelen aan de STAK waarna de aandelen worden ingekocht door de houdstermaatschappij. De twee overgebleven aandeelhouders nemen het aandeel in de werkmaatschappij van de vertrekkende aandeelhouder over. De overgebleven aandeelhouders verzoeken de inspecteur om met terugwerkende kracht tot 1 januari 2016 geruisloos terug te keren uit de bv. De inspecteur wijst dit verzoek af omdat de bv op 1 januari 2016 niet voldoet aan de wettelijke voorwaarde van art. 14c Wet Vpb 1969 dat de aandelen in de ontbindende vennootschap uitsluitend worden gehouden door natuurlijke personen. Volgens Rechtbank Gelderland biedt de tekst van de wet geen aanknopingspunt voor de stelling van de aandeelhouders dat economische eigendom van de aandelen voldoende is voor de faciliteit van geruisloze terugkeer. De wettekst geeft uitdrukkelijk aan dat een bv voor geruisloze terugkeer uitsluitend natuurlijke personen als aandeelhouder heeft. Er wordt dus niet voldaan aan de wettelijke voorwaarden. Geruisloze terugkeer per 1 januari 2016 is niet mogelijk. In de besluiten waar de aandeelhouders naar verwijzen wordt uitdrukkelijk aangegeven dat terugwerkende kracht alleen mogelijk is als op het overgangstijdstip aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. Het verzoek van de aandeelhouders om over het standpunt van de rechtbank prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen wordt afgewezen aangezien de wettekst voor zich spreekt. Bron: Rb. Gelderland 14-12-2017

Werkloosheidscijfer onder 400.000

donderdag 21 december 2017 - In november hadden bijna 8,7 miljoen mensen in Nederland betaald werk, het hoogste aantal ooit. Volgens cijfers van CBS is het aantal 15- tot 75-jarigen met betaald werk de afgelopen drie maanden met gemiddeld 15.000 per maand toegenomen. Het werkloosheidscijfer volgens de ILO-definitie kwam in november uit op 397.000 mensen. Gemiddeld nam de werkloosheid de afgelopen maanden met 10.000 per maand af. Het aantal WW-uitkeringen kwam in november uit op 337.000.
Volgens de werkloosheidsindicator van de International Labour Organization (ILO) worden personen van 15 tot 75 jaar zonder betaald werk die hier recent naar hebben gezocht en direct beschikbaar zijn met ‘werkloos’ aangeduid. Volgens deze definitie kende Nederland in november 397.000 werklozen (4,4% van de beroepsbevolking). Aan het begin van de crisis, in november 2008, was het werkloosheidscijfer nog 3,6%. In het ILO-cijfer worden niet de mensen meegenomen die wel willen werken, maar om wat voor reden dan ook recent niet gezocht hebben en/of niet direct beschikbaar waren. Volgens cijfers van het CBS waren er in het derde kwartaal 210.000 mensen die wél willen werken, maar niet recent op zoek én niet direct beschikbaar zijn. Verder zijn er mensen die óf recent hebben gezocht (162.000) óf direct beschikbaar zijn voor werk (263.000). Ook mensen die in deeltijd werken en meer uren willen werken worden niet meegenomen in de ILO-definitie. Dit betreft circa 445.000 personen. Van de gemiddeld 408.000 werklozen in het derde kwartaal waren er 153.000 die twaalf maanden of langer op zoek zijn naar werk. Bijna twee op de drie langdurig werklozen waren 45 jaar of ouder. Het aantal lopende WW-uitkeringen nam in november 2017 met ruim 6.000 af. Daarmee kwam het aantal WW-uitkeringen eind november uit op 337.000. Het aantal lopende uitkeringen daalt in bijna alle sectoren. Alleen in de sectoren landbouw en visserij, horeca en culturele instellingen nam het aantal lopende uitkeringen toe, waarschijnlijk omdat er in dit seizoen minder werk is in deze sectoren. In de periode januari tot en met november 2017 verstrekte het UWV 362.000 nieuwe uitkeringen. Dat is een daling van 18% ten opzichte van dezelfde periode in 2016. In alle beroepsrichtingen is een daling van het aantal nieuwe uitkeringen te zien ten opzichte van vorig jaar. Ten opzichte van een jaar geleden, november 2016, is het aantal WW-uitkeringen met 17,7% afgenomen. De daling was relatief groot in de sectoren bouwnijverheid (-44%) en uitzendbedrijven (-28%). Bron: CBS 21-12-2017

Van Beers BV

De "Z" staat achter in het alfabet maar voor ons als 1e letter: "A"aanspreekbaarheid, nuchter, benaderbaar en een eerlijke prijs.

clownschoen

Meer klanten over Z!

Zoutewelle Actueel

Fisckwartaaltje

21 april 2017 - We hebben iets nieuws!Vanaf heden sturen wij je ieder kwartaal een nieuwsbrief met fiscaal voordeel. Makkelijk leesbaar, to the point en met de beste tips & tricks... Lees meer »

Accountancy Nieuws

Cao-seizoen 2018: voortzetting opwaartse trend

vrijdag 19 januari 2018 - De opwaartse trend in loonafspraken lijkt zich dit jaar voort te zetten. Uit cijfers van AWVN blijkt dat het maandgemiddelde van januari tot nu toe...Lees meer »

De Zoutewelle Nieuwsbrief